Leer op een makkelijke en leuke manier wanneer je dit, deze, dat of die zegt.
De vier vrienden overzicht
In het Engels heb je this, that, these, those. In het Nederlands gebruiken we vier woorden: dit, deze, dat en die. Alles hangt af van de / het en enkelvoud / meervoud.
- Dit huis is groot.
- Dit boek is interessant.
- Deze fiets is geel.
- Deze tafel is goedkoop.
- Dat huis is groot.
- Dat boek is oud.
- Die fiets is geel.
- Die huizen zijn groot.
Supersimpele tabel cheat sheet
Onthoud deze tabel en je zit bijna altijd goed. ๐ก
| Soort woord | Dichtbij | Ver weg | Voorbeeld (NL) |
|---|---|---|---|
| het-woord, enkelvoud | dit | dat | dit / dat huis is groot. |
| de-woord, enkelvoud | deze | die | deze / die fiets is geel. |
| meervoud (alle woorden) | deze | die | deze / die huizen zijn groot. |
Speelhoekje klik & leer
Klik op Toon oplossing om te zien welk woord hoort in de zin. Het is geen toets, alleen oefenen. ๐
๐ฏ Test Your Dutch Level!
Put your knowledge to the test with our free Dutch quiz covering vocabulary, grammar and more. Find out your level now!
๐ Take the Dutch Level Test โ